Mail Rijksoverheid

17-1-17

Ons kenmerk: [AFGESCHERMD]

Geachte mevrouw Langbroek-Bevers,

Hierbij wil ik reageren op uw mail van 27 december aan Informatie Rijksoverheid. Daarin gaat u in op het op de fiets dragen van kleine kinderen in een draagdoek. In een blog hebt u uitspraken daarover van mij gelezen.

In antwoord op een vraag of dit wel of niet is toegestaan heb ik geschreven dat het vervoer van kinderen op de fiets is geregeld in artikel 58a, lid 3 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens (RVV, te vinden op www.wetten.nl). Daar staat:

In afwijking van het eerste lid worden op fietsen en bromfietsen passagiers jonger dan 8 jaar alleen vervoerd indien zij zijn gezeten op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten.

Hierin wordt er impliciet vanuit gegaan dat de kinderen oud genoeg zijn om in een kinderzitje te kunnen zitten. Kinderen in een draagdoek zijn veelal nog zo jong dat ze nog niet kunnen zitten.
Verder staat in lid 4 van hetzelfde artikel:

Het is bestuurders verboden passagiers te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.

Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat het vervoeren van kinderen in een draagdoek op de fiets niet is toegestaan.

Verder heb ik geschreven dat het niet altijd mogelijk of zelfs wenselijk is om in de wet exacte grenzen aan te geven tussen wat wel of niet gewenst dan wel toegestaan is. Dat is de reden dan in de wetgeving zogeheten blanco normen worden gehanteerd, zoals “gewichtige redenen” en “goede huisvader” (principe dat ervan uitgaat dat iemand zich redelijkerwijze als een verantwoord persoon gedraagt die alles doet wat nodig is om (voorzienbare) schade te voorkomen). Het is dan aan de rechter om te oordelen of er in een specifiek geval of gedraging sprake is van een “gewichtige reden” of “goede huisvader”.
Bij de vraag of een baby wel of niet op de fiets kan worden vervoerd speelt ook de eigen verantwoordelijkheid een rol. De eerste vraag die de betrokken vader of moeder zich stelt zal niet zijn of het wel of niet mag, maar of het veilig is. Je mag er van uitgaan dat hij of zij zich als een “goede huisvader” zal gedragen.
Specifieke grenzen aangeven (zoals: draagdoek mag niet, rugzitje mag wel, etc.) worden daarom ook niet in de wet opgenomen.

Met betrekking tot het op de fiets dragen van een kind in een draagdoek zou ik het daar graag bij laten. Ik reken daarbij in voorkomende gevallen op de eigen verantwoordelijkheid en goede huisvaderschap van de ouder of verzorger.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Indien u op deze e-mail wilt reageren, dat kan via www.rijksoverheid.nl/contact/contactformulier.
Wilt u dan de eerdere correspondentie meesturen met het bovenstaande kenmerk.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Namens deze,
Hoofd afdeling Verkeersveiligheid en Wegvervoer

drs. M.N.E.J.G. Philippens