Draagtips

Tip #1: Draag je kindje veilig

Als je je kindje draagt, wil je natuurlijk dat dit veilig is. Om je kindje veilig te dragen, denk dan aan het volgende:

  • Draag je kindje te allen tijde rechtop in de doek. Dus niet liggend (wiegenhouding). In de wiegenhouding is er kans op verstikking.
  • Houd tussen de kind en de borst van het kindje een ruimte aan van ongeveer 2 vingers aan.
  • Span de draagdoek of ergonomische drager goed aan. Het moet zeker niet te los zitten! Als je je kindje moet ondersteunen tijdens het dragen door een hand onder de billen te houden, dan mag het geheel nog wat strakker. Zorg ook voor zo min mogelijk gerimpelde stof over de rug. Rimpels in de stof betekent ruimte om te verzakken! Je knoopt al gauw te los. Ben je bang dat je toch te strak knoopt, dan kun je dit nagaan door te voelen of je met je vinger nog tussen de doek en het knietje van je kindje kunt komen. Is dit het geval, dan heb je in ieder geval niet te strak geknoopt.
  • Rugdragen met een rekbare doek wordt om veiligheidsredenen afgeraden. Op de rug kan een kindje zich makkelijk afzetten en door de rek in de doek, krijgt het kindje de ruimte om uit de doek te los te komen. Op de buik heb je dit veel minder snel en dan heb je je handen om eventueel te ondersteunen. Daarnaast zit er veel verschil in rekbare draagdoeken. De een rekt veel meer dan de andere. De een rekt enkel horizontaal, de ander rekt alle richtingen op.
  • Zorg ervoor dat je kindje ruimte heeft om te ademen. Als je je kindje half onder je jas of een warme sjaal stopt bijvoorbeeld, zorg er dan voor dat het gezichtje niet bedekt is. Zeker heel jonge baby’s duwen hun gezichtje nog wel eens tegen jouw huid aan. Zolang het kinnetje niet op het borstje drukt, hoef je je daar geen zorgen om te maken. Je kan voorkomen dat je kindje het kinnetje op de borst drukt door de draagdoek voldoende aan te spannen.

Tip #2: herken ergonomische draagmethodes

Er is zoveel aanbod in ergonomische dragers en draagdoeken. Soms zie je door de bomen het bos niet meer en vraag je je af of een bepaalde drager wel ergonomisch is. Hoe herken je nu een ergonomische drager?

Een ergonomische drager:

  • Ondersteunt van knie tot knie
  • Heeft géén verhard rugpand
  • Heeft over het algemeen niet de mogelijkheid om face-forward te dragen (waarbij het kindje met de rug tegen jouw buik aanligt en met het gezicht van jou afgekeerd is). De Ergobaby 360 is daarop een uitzondering. 

Een draagdoek is over het algemeen altijd ergonomisch, omdat dit een lange, brede lap stof is die je om je kindje heen knoopt. Hierdoor kan je met de juiste knooptechnieken er zelf voor zorgen dat het ergonomisch is. Zorg ervoor bij het knopen van een draagdoek dat je kindje altijd van knie tot knie te ondersteund is en de knietjes hoger dan de billetjes komen te zitten, zodat het ruggetje in een mooie natuurlijke houding komt.

Mocht je toch nog twijfelen of een drager ergonomisch is, neem dan contact met mij op!

Tip #3: Draag niet face forward, maar altijd op buik-, heup- of rug

Als je het idee hebt dat je kindje veel om zich heen wil kijken en dit niet goed kan als het op je buik wordt gedragen, overweeg dan om je kindje op de heup of op de rug te dragen. Het voordeel van je kindje op je buik of heup dragen, is dat je zelf goed zicht op je kindje hebt . Dit kan erg fijn zijn, omdat je (zeker bij heel jonge baby’s) dan geen signalen mist. Voor je kindje is het ook erg fijn, het kan zich immers afsluiten van prikkels door tegen je aan te liggen. Bij face forward dragen kan een kindje zichzelf niet afschermen.

Tip #4: het zachter maken van je draagdoek

Nieuwe draagdoeken kunnen nog erg stug zijn. Dit maakt het moeilijker om de draagdoek te knopen en voelt ook niet zacht aan voor jou en je kindje. Door veelvuldig gebruik wordt de doek soepeler en zachter. Er zijn ook nog andere manieren om je doek zachter te krijgen:

  • Stoomstrijken: door je draagdoek veel te strijken met stoom, zal deze al gauw zachter worden.
  • Boxraggen: weef je draagdoek door de spijlen van de box of het ledikantje. Vervolgens trek je de doek aan een kant door de spijlen heen, totdat je bijna bij de andere punt van je draagdoek bent. Dit doe je ook de andere kant op. Door de wrijving van de spijlen tegen je draagdoek, zal je draagdoek al gauw zachter worden
  • Slingraggen: neem twee losse slingringen. Rijg je doek door beide ringen en vervolgens rijg je je doek door 1 ring terug. De draagdoek is nu in de ringen geweven. Vervolgens klap je beide ringen zo dat ze een acht vormen, zoals je ook ziet bij het symbool voor de Olympische spelen. Vervolgens rijg je de doek heen weer door de ringen. Hierdoor ontstaat er wrijving, waardoor de doek zachter wordt. Als je op youtube zoekt op slingraggen, vind je er een mooi filmpje van.
  • Liefde: geef je doek véél liefde. Slaap ermee, zit erop, gebruik het als dekentje of als sjaal. Hoe meer je doek gebruikt – hoe dan ook – , hoe zachter de doek zal worden.